Bijdragen & Bronnen

Vernederlandsing voor de eindstreep? De taalsituatie in het middelbaar onderwijs voor jongens in Limburg tijdens het interbellum

Author
  • Paul Janssenswillen

Abstract

In juli 1932 bekwamen de Vlamingen een wettelijke regeling voor de lang nagestreefde vernederlandsing van het middelbaar onderwijs. Op basis van het taalregime in het middelbaar onderwijs voor jongens in Limburg tijdens het interbellum onderzochten we de context waarin de taalwet tot stand kwam en of ze ook effectief een einde maakte aan de verfransing van dat onderwijsniveau.
Zowel de taalvoorschriften die de Luikse bisschop Rutten in 1919 voor zijn Limburgse colleges uitvaardigde als die van de opeenvolgende ministers voor het rijksonderwijs, kenden tweetaligheid als norm. De toepassing ervan leverde geen eenduidig beeld.  Factoren zoals de ligging van de school ten opzichte van de taalgrens en een verfranste stad of industriële omgeving en de aanwezigheid van Waalse leerlingen hadden een sterke impact op de graad en het tempo van vernederlandsing. Een onvolledige humanioracyclus en het ontbreken van een concurrerende school van het andere onderwijsnet beïnvloedden de positie van de moedertaal in gunstige zin. Daarentegen konden verzet tegen de voortschrijdende vernederlandsing vanuit invloedrijke kringen, een Fransvriendelijke houding van de directie en het gebrek aan Nederlandse taalkennis van individuele leraren de verbetering van het taalregime afremmen.
Hoewel het een mijlpaal was door de invoering van de officiële eentaligheid in Vlaanderen, betekende de taalwet van 1932 niet meteen het einde van het Franstalig middelbaar onderwijs in Limburg. De bestaande Franstalige secties mochten ingericht blijven zolang ze voldeden aan bepaalde minimumvoorwaarden wat betreft leerlingenaantallen. In het Koninklijk Atheneum te Tongeren werd de Franstalige afdeling pas in 1951 opgedoekt, in het Klein Seminarie in Sint-Truiden gebeurde dat in 1961, bijna 30 jaar na de invoering van de taalwet op het middelbaar onderwijs.

________

Dutchification before the finishing line. The language situation in secondary education for boys in Limburg during the interbellum period

In July 1932 the Flemish finally obtained a statutory regulation for the long pursued Dutchification of secondary education. Based on the language regime in secondary education for boys in Limburg during the interbellum period we investigated the context in which the language law came about, and whether it actually ended the Gallicisation of that level of education.
Both the language regulations issued by bishop Rutten of Liege in 1919 for his colleagues in Limburg as well as those issued by the successive ministers for national education regarded bilingualism as the prevailing standard . The application of the regulations did not produce an unequivocal result. Factors such as the location of the school in reference to the linguistic border or a Gallicised city or industrial environment as well as the presence of Walloon pupils had a strong impact on the degree and the speed of the Dutchification. If the course of education of the humanities was not complete or if there was no competing school of the other educational system, then this had a positive impact on the position of the native language. On the other hand, the resistance by influential groups against the progress of Dutchification, a pro-French attitude by the school board and the deficiency in the knowledge of the Dutch language of individual teachers could hold back the improvement of the language regime.
Although the language law of 1932 signified a landmark because it introduced unilingualism in Flanders, it did not immediately put an end to secondary education in French in Limburg. The existing French speaking departments could carry on as long as they complied with certain minimal requirements in reference to numbers of pupils. The French speaking department of the Royal Grammar School of Tongres was not shut down until 1951 and that of the Preparatory Seminary in Saint Trond not until 1961, almost 30 years after the introduction of the language law for secondary education.

How to Cite:

Janssenswillen, P., (2009) “Vernederlandsing voor de eindstreep? De taalsituatie in het middelbaar onderwijs voor jongens in Limburg tijdens het interbellum”, WT. Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging 68(2), 119-143. doi: https://doi.org/10.21825/wt.v68i2.12423

Downloads:
Download PDF
View PDF

152 Views

108 Downloads

Published on
01 Jan 2009
Peer Reviewed
License