Bijdragen & Bronnen

Frans Van Cauwelaert als advocaat in strafprocessen tegen Vlaamse activisten. Deel 2

Author
  • Jos Monballyu

Abstract

Tijdens een debat in de Kamer van volksvertegenwoordigers over amnestie voor incivieken tijdens de Eerste Wereldoorlog zette Frans Van Cauwelaert op 25 januari 1921 in het lang en het breed uiteen waarom volgens hem de recente strafrechtelijke repressie van het Vlaamse activisme tijdens de oorlog mislukt was. Om die stelling te staven, deed hij een beroep op meerdere gegevens die hij verkregen had van bevriende advocaten en ook op zijn eigen ervaringen als advocaat. Tussen juni 1918 en december 1920 verdedigde hij immers zeventien personen die wegens activisme voor een krijgsraad, het krijgshof of een Hof van Assisen terecht stonden. Sommige van hen waren daarbij aan het Belgische front, anderen in het bezette gebied en nog anderen in de Duitse krijgsgevangenenkampen werkzaam geweest. Van Cauwelaert had in deze processen niet altijd succes en viel daarbij ook niet op door zijn spitsvondige of vernieuwende juridische standpunten. Hij slaagde er met deze processen wel in om zijn kiezerspubliek uit de Antwerpse Kempen tevreden te stellen alsook in de rest van Vlaanderen bekend te geraken als de grote verdediger van diegenen die, ondanks de oproep van de Koning om de taalstrijd tijdens de oorlog te laten rusten, toch waren doorgegaan met het opeisen van meer rechten voor de Vlamingen. Meteen slaagde hij erin om zijn Vlaams blazoen wat op te poetsen dat geleden had onder het feit dat hij in het begin van de oorlog naar het buitenland was gevlucht en hierdoor veel minder onder de oorlog had geleden dan diegenen die aan het front hadden gestreden, in het bezette gebied de Duitse dictatuur hadden ondergaan of in een Duits krijgsgevangenenkamp veel hadden ontbeerd.
________

Frans Van Cauwelaert as attorney in criminal proceedings against Flemish Activists
During a debate in the Chamber of Representatives concerning amnesty for disloyal persons during the First World War, Frans Van Cauwelaert spoke at length on why, according to him, the recent judicial punishment of Flemish Activism during the war had failed. To back this argument up, he drew on several facts that he gathered from lawyers who were friends of his, and also from his own experiences as an attorney. Between June 1918 and December 1920 he defended seventeen persons who stood before a court martial, an appellate court martial or the Court of Assizes on account of Activism. Some of them had been involved with Activism at the front, some in the occupied territory and yet others in German prisoner-of-war camps. Van Cauwelaert was not always successful in these proceedings, and did not stand out on account of any clever or novel legal positions. He did however manage to please his voting constituency from the Campine area around Antwerp, as well as to become known in the rest of Flanders as the great defender of those who, despite the call from the King to leave the language struggle alone during the war, nevertheless went ahead in demanding more rights for Flemings. At the same time, he was able to shore up his Flemish bona fides, which had previously come up short on account of the fact that he had fled abroad at the beginning of the war and therefore had suffered much less than had those who had fought on the front, experienced the German dictatorship in the occupied territory or undergone deprivation in a German prisoner-of-war camp.

How to Cite:

Monballyu, J., (2016) “Frans Van Cauwelaert als advocaat in strafprocessen tegen Vlaamse activisten. Deel 2”, WT. Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging 75(4), 293-313. doi: https://doi.org/10.21825/wt.v75i4.12039

Downloads:
Download PDF
View PDF

312 Views

147 Downloads

Published on
01 Dec 2016
Peer Reviewed
License