The making of space law
Abstract
De wording van het ruimterecht — Sociologisch is recht een integraal deel van een specifieke maatschappij en de sociologische dynamica is bepalend voor de oorsprong en de wijziging van de normen. Dit komt zeer duidelijk tot uiting in de internationale samenleving waar de rechtspersonen soeverein zijn. De rechtsnormen hangen af van hun erkenning. Daarbij vervullen de machtige staten een overwegende rol. Over het algemeen aanvaarden zij slechts de normen, die hun veiligheid en belangen waarborgen. Dit proces is ook opvallend voor het ruimterecht. Het ruimterecht is een deel van het volkenrecht en heeft derhalve als rechtsbronnen de verdragen, het gewoonterecht en de algemene beginselen van het recht. De verdragen zijn echter de overwegende rechtsbron omdat de te regelen materie geheel nieuw is en de op te lossen problematiek voor het grootste deel afhangt van de Verenigde Staten en de Sovjet Unie, die tot nog toe de enige mogendheden zijn, die een actief aandeel hebben in het onderzoek en het gebruik van de ruimte. De verdragsteksten werden voorbereid in de Verenigde Naties. Vier belangrijke verdragen zijn ontstaan. Het eerste verdrag werd gesloten in 1967 en wordt kortweg Ruimteverdrag genoemd. Het bevat algemene principes van het ruimterecht zoals het verbod van soevereiniteitsvestiging, het vreedzaam gebruik van de ruimte, de mogelijkheid voor het registreren van ruimtevaartuigen. De conventie kon slechts ontstaan wanneer de twee Grootmachten over een aantal meningsverschillen een akkoord hadden bereikt. Een overeenkomst moest worden gevonden over het gebruik van de ruimte door private ondernemingen. De Sovjet Unie heeft dit aanvankelijk bestreden maar uiteindelijk haar instemming verleend omdat de Verenigde Staten aanvaard hebben, dat de Staat steeds verantwoordelijk bleef. Beide ruimtemogendheden bedongen ook tegenover elkander praktisch een reciprociteit voor het bezoeken van ruimtestations op hemellichamen. Zij hebben ook aanvaard, dat strategische observatie door satellieten niet strijdig is met het principe van het vreedzaam gebruik van de ruimte. Het Astronautenverdrag, dat redding en repatriëring voorziet van astronauten en ruimtevoorwerpen, werd gesloten in 1968. Het ontstond in dezelfde voorwaarden. Beide grote Staten waren het eens om het soevereiniteitsrecht voldoende te handhaven om de lancerende Staat en de Staat op wiens grondgebied de operaties moesten gebeuren volkomen vrij te laten. Dezelfde overweging kan worden gemaakt over het Registratieverdrag van 1974. De verplichte registratie van ruimtevaartuigen is voorzien maar de ruimtemogendheden beschikken vrij over hun nationale registratieformaliteiten en over het tijdstip waarop zij de gegevens voor registratie aan de Verenigde Naties zullen mededelen. Door laattijdige notificaties is het mogelijk, dat men in de Verenigde Naties helemaal geen inzicht meer bezit over het aantal objecten, dat zich orbitaal rondom de aarde bevindt. Het Aansprakelijkheidsverdrag voor de schade op de aarde veroorzaakt door ruimtevoorwerpen of toegebracht aan andere ruimtevaartuigen en dat gesloten werd in 1972 heeft minder politieke problemen met zich gebracht. Het moest hoofdzakelijk wettenconflicten voorkomen. Dit objectief stelde problemen van juridische techniek en zelfs kleinere Staten hebben hiervoor belangrijke initiatieven kunnen nemen. Wanneer over bepaalde problemen nog geen overeenstemming bestaat tussen de twee grote mogendheden, komt de verdragsregeling niet tot stand. Het statuut van de Maan en de hemellichamen blijft aldus nog onopgelost. Een groot multilateraal verdrag over de rechtstreekse radio- en televisieuitzendingen door satellieten is nog niet gesloten. Voor het gebruik van de energie van de zon zal evenmin een regeling kunnen ontstaan, indien beide grote Staten het niet eens zullen zijn. De ontwikkeling van het ruimterecht is voor zijn fundamentele opties afhankelijk van de wilsovereenkomst van beide mogendheden. Tegenover de evolutie van het volkenrecht in het algemeen is dit verschijnsel niet als uitzonderlijk te beschouwen. Dit recht ontwikkelde zich steeds in overeenstemming met de inzichten van de grootmachten, die in feite de internationale verhoudingen beheersten.
How to Cite:
Van Bogaert, E., (1980) “The making of space law”, Tijdschrift voor Sociale Wetenschappen 25(4), 348–376. doi: https://doi.org/10.21825/tvsw.94774
Downloads:
Download PDF
View PDF