Onderzoeksartikel

Het instrumentele nut van voorlichting in beleidsprocessen

Author

Abstract

In de voorlichtingskunde tekenen zich twee benaderingen af, beide met hun eigen kenmerken. De eerste benadering is geconcentreerd op het kennissysteem, het geheel van kennisproducenten, voorlichters en gebruikers (Röling, 1988 en 1989). Deze benadering lijdt nog aan enige conceptuele problemen (zie Van Woerkum, 1990), maar biedt toch een interessant analysekader voor een belangwekkend probleem, n.l. hoe in onze maatschappij kennis zo ’georganiseerd’ moet worden dat van het professionele potentieel aan onderzoekers en voorlichters optimaal gebruik wordt gemaakt. In deze bijdrage staat de tweede benadering centraal. Uitgangspunt is de opvatting van de voorlichtingskunde als een wetenschap die zich richt op de planning van het voorlichtingswerk, ten dienste van een betere besluitvorming van de voorlichter of een in de praktijk werkzame voorlichtingskundige. In de zeventiger en tachtiger jaren is daartoe een aanzet gegeven door het ontwikkelen van een werkplan, zij het van een afzonderlijke voorlichtingsactiviteit (het laagste planningsniveau), zij het van een voorlichtingsprogramma (het middelste planningsniveau) (Van Woerkum, 1982). Nu staat voor de deur de planning op het hoogste planningsniveau: de besluitvorming omtrent het al dan niet inzetten van voorlichting als beleidsinstrument in de verschillende beleidsfases en de positionering van dat instrument ten opzichte van andere instrumenten. Het is op dit niveau dat de praktijk ons vragen stelt die nog slechts zeer onvolmaakt kunnen worden beantwoord.

Keywords:

How to Cite: Van Woerkum, C. (1990) “Het instrumentele nut van voorlichting in beleidsprocessen”, Tijdschrift voor Communicatiewetenschap. 18(4).