Skip to main content
Voordrachten

Mikis Theodorakis: Meer dan de Sirtaki door Pieter Hendriks


Abstract

Mikis Theodorakis: meer dan de Sirtaki

 


Door Pieter Hendriks

 

 

 

Inleiding

 

 

 

Geachte lezer, wat u hier voorgeschoteld krijgt is geschreven door iemand die maar zeer mondjesmaat de Griekse taal beheerst, geen musicologische, politieke of sociologische studies heeft gevolgd, Griekenland in de afgelopen 61 jaar slechts vier maal bezocht heeft (ik voel mij meer thuis in Frankrijk) en wiens mening over en liefde voor de Griekse muziek en die van Mikis Theodorakis in het bijzonder gevormd is door de passie die opbloeide toen hij als 3 jarig kind voor het eerst de stem van Maria Farantouri hoorde in het lied Aprilis. Vanaf dat moment is er praktisch geen dag voorbij gegaan dat ik geen Griekse muziek hoorde. Aanvankelijk alleen die van Theodorakis en alleen met de stem van Farantouri. Over de jaren heb ik mijn net vanzelfsprekend verder uitgeworpen en heb ik naast de vele honderden liederen van Mikis ook die van andere componisten leren kennen zoals Giannis Markopoulos, Nikos Mamangakis, Stavros Xarchakos etc. evenals andere stromingen zoals de Rebbetika, ook wel de Griekse Blues genoemd. 

 


Een eigenaardigheid van het op zo’n vroege leeftijd leren kennen van muziek met teksten die niet in de eigen taal geschreven zijn en bovendien in een taal die later op school niet behandeld wordt is dat ik de liederen onderging en nog steeds onderga als uitingen van muziek en emotie zonder de werkelijke betekenis van de tekst, toch zo’n integraal onderdeel van een lied, te bevatten. 

Wij hadden vroeger een plaat van The Sound of Music die ik grijs gedraaid heb en die ik meezong in fonetisch engels. Tijdens een lange reis naar Zwitserland zat ik, ondertussen middelbare scholier, achterin de auto die plaat in mijn hoofd af te spelen en vertaalden mijn fonetische herinneringen zich naar begrijpelijk Engels. Dit proces heeft zich in veel mindere mate afgespeeld als het om Griekse muziek ging. Ik heb ooit een avondcursus Nieuw Grieks gevolgd en kan derhalve het alfabet lezen en zinsconstructies volgen. Van veel liederen heb ik een globaal idee waar ze over gaan en van nog veel meer heb ik vertalingen en achtergrond informatie tot me genomen waardoor de essentie voor mij duidelijk is. Er zal echter altijd een afstand zijn tussen de muziek en de tekst en om eerlijk te zijn voel ik mij daar prima bij. Ik ben weliswaar klassiek zanger van beroep en tekst is precies wat mijn musiceren onderscheid van instrumentale musici maar de muziek is altijd mijn eerste referentiekader geweest. Daar vanuit kan ik tot de schoonheid van een tekst komen (1 enkel voorbeeld; Der Abschied uit Das Lied von der Erde van Gustav Mahler) maar het is voor mij geen enkel probleem om als luisteraar alleen de muziek te laten spreken. 

 


Voor het geval dat u zich nu afvraagt over wie dit artikel ook alweer zou moeten gaan, Mikis Theodorakis of Pieter Hendriks, zal ik u mijn beweegredenen uit de doeken doen om eerst over mijzelf te beginnen zodat u kunt begrijpen van waaruit en van wie uit het geschreven is. 

Mijn kennis over de persoon Theodorakis en zijn muziek is een optelsom van de passie die mij dreef niet alleen naar zijn muziek te luisteren maar ook om meer over hem en over het ontstaan van die muziek te weten te komen. Dat Theodorakis een centraal figuur was in de geschiedenis van Griekenland en daarbuiten in de tweede helft van de vorige eeuw en dat ik daar het nodige over te weten ben gekomen neemt niet weg dat waar voor anderen de verzetsheld, het symbool van de strijd tegen de Junta en voor het socialisme en communisme beeldbepalend is, ik zijn muziek en zijn platen als hoofdinteresse heb. Mijn kennis is die van de hartstochtelijk amateur die, dankzij de huidige mogelijkheid om websites in vertaling te lezen nog dagelijks nieuwe dingen te weten komt, zeker nu er gezien het feit dat Theodorakis 100 jaar geleden is geboren er veel over hem geschreven wordt. Verwacht van mij dan ook geen diepgravende maatschappelijke verhandeling over zijn rol in het toenmalige Griekenland of de invloed die hij na zijn dood in 2021 nog wel of niet uitoefent. 

 

 

 

Wat u wel van mij kunt verwachten is een globale beschrijving van het lange en tumultueuze leven van “Mikis de Griek” met de nadruk op zijn muzikale carrière tot 1970 waarvan alweer geen diepgravende musicologische verhandelingen worden gepresenteerd maar waarin hopelijk nieuwsgierig wordt gemaakt naar die muziek waarvan ik zoveel mogelijk verwijzingen naar de beste opnames en uitvoeringen die op Spotify, You Tube of elders te vinden zijn zal vermelden. 

 


NB: het is lastig om op Spotify en elders door de bomen het bos te zien door de vele “onzin albums” die er op staan met titels als Greatest Hits en dergelijke. In dit artikel zal ik telkens de titels exact zo vermelden zoals ze op Spotify en You Tube te vinden zijn.

 


Wat betreft de spelling van Griekse namen en woorden hou ik me zoveel mogelijk aan de gangbare omzettingen naar ons alfabet in de hoop dat het zo duidelijk is.

 


Vroege jaren

 


Mikis werd op 29 juli 1925 geboren op het eiland Chios. Zijn vader was in overheidsdienst en dien ten gevolge spendeerde hij zijn jeugd op verschillende plekken zoals Mytilene, Kephallonia, Patras, Pyrgos en Tripoli. Hij groeide op met de volksmuziek van Griekenland en Byzantijns liturgische muziek. Op jonge leeftijd hoorde hij de negende symfonie van Beethoven met het bekende slotkoor (Alle Menschen werden Brüder) en besloot hij dat hij componist wou worden. De invloed van de 9e Beethoven zou later doorklinken in zijn symfonieën; op de eerste na zijn zij allemaal geschreven voor orkest èn koor. Zonder de hulp van instrumenten schreef hij zijn eerste liederen en zijn vader verzekerde hem dat deze mooier waren dan Beethoven. 

Deze eerste liederen zijn deels verschenen op het Album “First Songs” waar ze door Mikis zelf gezongen worden en op “40 Tragoudia gia Paidakia kai Paidia”  waar ze gezongen worden door een kinderkoor. 

 


In 1943 ging hij naar Athene om aan het conservatorium te studeren. Hoewel er gezegd wordt dat hij aanvankelijk lid was van een fascistische jeugdbeweging sloot hij zich in deze periode aan bij het bevrijdingsleger van het Griekse Volk ELAS. Bij het verspreiden van pamfletten tegen de Duitsers werd hij met een kameraad opgepakt en verhoord. De Kameraad werd dood geschoten maar de Duitsers lieten Miks, in wiens persoonsbewijs componist als beroep stond weer gaan. In deze periode schreef hij verschillende strijdliederen waaronder de ballade over Kapitein Zacharias dat het strijdlied van de Griekse zeekrachten werd. Dit lied is met meer  composities uit die tijd te vinden op het album “Tis Exorias” (1976) met de zanger Vasilis Papakonstantinou (Spotify)

 


Na de Duitse bezetting breekt in Griekenland een burgeroorlog uit die tot 1949 zal woeden en die diepe littekens nalaat in de maatschappij die tot de dag van vandaag voortduren. De strijd is tussen de partizanen op links en de nationalisten met steun van Engeland en de Verenigde Staten op rechts. Deze oorlog wordt uiteindelijk door rechts gewonnen. Theodorakis wordt gedeporteerd naar Ikaria en Makronisos. Op dit laatste eiland waar een kamp voor politieke gevangenen was gevestigd wordt hij gemarteld en tot 2 keer toe levend begraven. Hij belandt in het ziekenhuis waar zijn vader hem komt bezoeken maar Mikis ligt met een ontwrichtte kaak op bed en kan zijn vader die hem niet herkend heeft niet roepen. 

Deze gebeurtenissen hebben hem een angst voor de afwezigheid van licht en blijvende TBC opgeleverd. Zijn ervaringen verwerkte hij in de jaren 60 in een zelfgeschreven toneelstuk “ het Lied van de dode Broeder/ To Tragoudi tou Nekrou Adelfou”. Het album met de begeleidende liederen bevat enkele van zijn bekendste melodiën. “To Tragoudi tou Nekrou Adelfou-Lipotaktes” (1962) met de zanger Grigoris Bithikotsis (Spotify) 

Voor het laatste volledige concert dat Theodorakis dirigeerde koos hij deze zeer persoonlijke compositie nogmaals en verscheen ook deze versie op cd “To Tragoudi tou Nekrou Adelfou” (2001) met o.a. de zangers Dimitris Basis en Nena Venetsanou. (Spotify)

 


Na de burgeroorlog wordt Mikis opgeroepen voor militaire dienst, een ervaring die dermate vreselijk is dat hij zelfmoord probeert te plegen door buskruit te eten.

In de periodes dat hij niet is verbannen of opgesloten zet hij zijn studies voort. In 1950 studeert hij met lof af. Daarna vertrekt hij naar Kreta waar hij hoofd van de Muziekschool van Chania wordt en zijn eerste orkest opricht.

 


In 1953 trouwt Mikis met Myrto Altinoglou met wie hij twee kinderen krijgt; Margarita die het huidige Theodorakis Ensemble leidt en Giorgos. Er is ook sprake van een zoon Nikos Theodorakis waarvan de legitimiteit door Margarita fel bestreden wordt. Nikos heeft op internet de leiding over “Mikis Theodorakis Official Radio”, een pagina waarop 24 uur per dag de muziek van Mikis te horen is. 

 


In 1954 vertrekt hij naar Parijs om zijn studies voort te zetten. Hij volgt daar o.a. muziek analyse bij de componist Olivier Messiaen en orkestdirectie bij Eugene Bigot. Uit deze tijd stammen composities als de Eerste Symfonie, een pianoconcert, de suite uit het ballet les Amants de Teruel en het ballet Greek Carnaval dat in zijn geheel verwerkt zou worden in het latere ballet Zorba. 

Hij zet teksten van Paul Éluard op muziek maar krijgt van de erven geen toestemming om deze uit te geven. Deze liederen zijn te horen op de cd “H Nena Venetsanou tragouda Miki Theodoraki” uit 2001. Hij wordt door Darius Milhaud voorgedragen voor de Amerikaanse Copley Muziekprijs en wint in Moskou de gouden medaille op een muziekfestival dat voorgezeten wordt door Dmitri Shostakovich. Tevens componeert hij muziek voor films. Door zijn hele carrière heen zal hij dit blijven doen en daarbij zijn liederen als inspiratiebron gebruiken. Het lied uit de film “les Amants de Teruel” wordt gezongen door Edith Piaf en uit de Spaanse film “Luna de Miel” (Honeymoon) komt de “Honeymoon song” dat o.a. door de Beatles wordt opgenomen. (You Tube)

 


Theodorakis is op weg zich een positie te veroveren als internationaal gerespecteerd klassiek componist.

 


Epitafios. De Revolutie

 


Op een avond in 1958 gaan Mikis en Myrtó boodschappen doen bij een

Griekse winkel in Parijs. Myrto gaat naar binnen en Theodorakis blijft achter in hun Opel met een gedichtenbundel die hem vanuit Griekenland is opgestuurd. De Epitafios van de Griekse dichter Giannis Ritsos.

 


Op 9 mei 1936 vindt in Thessaloniki een staking van tabaksarbeiders plaats. De politie vuurt op de menigte en er vallen 30 doden. Het eerste slachtoffer is een jonge communist Tassos Tousis genaamd. De volgende dag verschijnt in de krant Rizospastis een foto van de moeder

van Tousis die weent bij het lichaam van haar vermoorde zoon. Deze foto maakt een enorme indruk op de 27 jarige Ritsos die zich in Athene twee dagen en nachten opsluit en zijn Epitafios schijft. Het gedicht is geïnspireerd op de goede vrijdag liturgie van de Orthodoxe kerk, de Epitafios Thrinos ofwel de Klaagzang bij de Tombe. De moeder is in diepe rouw over haar zoon, ze begrijpt niet waarom hij moest sterven. Zij herinnert zich zijn gaven en deugden, zijn liefde voor

de schoonheid van de natuur en andere dingen maar begrijpt zijn politieke overtuigingen niet. Gaandeweg verandert dat echter en ziet ze zijn strijd op lokaal niveau als een universele strijd voor sociale gerechtigheid. Die strijd en haar zoon leven voort in zijn kameraden en zij zweert zich bij hen aan te sluiten.

Op 12 mei verschijnen verschillende delen in druk, opgedragen aan de arbeiders van Thessaloniki en al snel worden er meer dan 10.000 exemplaren verkocht. Niet lang daarna komt de Griekse dictator Metaxas aan de macht en wordt Epitafios verboden. De laatste 250 beschikbare boeken in Athene worden aan de voet van de Akropolis verbrand. Na de Tweede Wereldoorlog verschijnt in 1956 de uiteindelijke versie en twee jaar later stuurt Ritsos een exemplaar naar Mikis in Parijs.

 


Voor dat Myrto terug is heeft Mikis bij 8 van de gedichten noten in de kanttekening geplaatst die hij later uitwerkt tot liederen. Hierbij grijpt hij terug op de muzikale invloeden uit zijn jeugd; de liturgische muziek, de muziek van de eilanden en de Rembetika. Rembetika is een samensmelting van Turkse invloeden uit Smyrna met viool en Santouri (een met hamertjes bespeeld snaarinstrument) en Griekse muziek van de zelfkant van de samenleving met bouzouki en baglama, een miniatuur bouzouki die gemaakt zou zijn omdat hij makkelijker onder een jas verstopt kon worden in de tijd van Metaxas toen Rembetika muziek verboden was.

 


Mikis deelt de nieuwe liederen in kleine kring waar ze met scepsis worden ontvangen. De samensmelting van hogere poëzie met deze muziek van de straat wekt bevreemding op. Ook Ritsos zelf is aanvankelijk niet erg enthousiast. 

 


Er bestond tot die tijd niet zoiets als Griekse muziek zoals wij die nu kennen. De meest gespeelde populaire muziek kwam uit of was geïnspireerd door het buitenland en de bouzouki-muziek van de Rembetika werd gezien als iets voor de laagste sociale klassen waarin illegaliteit, drank en drugsgebruik werd bezongen. Twee bekende namen uit de rembetika, Markos Vamvakaris en Vasilis Tsitsanis, auteur van het officieuze volkslied van Griekenland “Bewolkte Zondag/ Sinefiasmeni Kiriaki waren eerder al door die andere grootheid uit de Griekse muziek Manos Hatzidakis op een voetstuk gezet maar dan in de stijl van Hatzidakis zelf die in schril contrast staat tot de rauwheid van de bron. 

 


Het is Hatzidakis die het potentieel van de Epitafios onderkent en aanbiedt er een opname van te maken met de zangeres met wie hij al veel hits heeft gescoord; Nana Mouskouri. Het arrangement is van Hatzidakis en Mikis speelt aanvankelijk mee op piano. Nikos Gatsos, een dichter die veel met Hatzidakis samenwerkt ontmoet Mikis en zijn vrouw op een dag tijdens het opname proces en is zo onder de indruk van Myrto dat hij het gedicht Myrtia schrijft dat onmiddellijk door Theodorakis op muziek wordt gezet. Hierbij grijpt hij terug op materiaal uit het ballet Les Amants de Teruel. Manos maakt er een opname van maar vraagt op aanraden van Mikis i.p.v. Mouskouri de evenzo populaire zangers Giovanna (opname te vinden op You Tube). Dit leidt tot ongenoegen bij Mouskouri die naar verluidt niets meer met Theodorakis te maken wil hebben. 

 


Mikis beseft dat de stijl van Hatzidakis niet uitdrukt wat hij met de Epitafios beoogde en bereidt zich voor om een eigen opname uit te brengen. Hij benadert hiervoor de zanger Grigoris Bithikotsis en de bouzoukispeler Manolis Chiotis. 

Bithikotsis had naam gemaakt in het Rembetika repertoire en Chiotis was leider van een ensemble waarin zijn vrouw Mary Linda de zangeres was. Chiotis had van de drie dubbelnarige bouzouki (een afgeleide van de Turkse Saz) een viersnarig instrument gemaakt dat hem in staat stelde een grotere virtuositeit te bereiken. 

Bithikotsis had aanvankelijk de grootste moeite om zich de nieuwe stijl en de teksten eigen te maken en het kost Theodorakis veel uren van voorspelen en nazingen om de essentie aan Grigoris over te brengen. Chiotis daarentegen brengt zijn eigen speelstijl mee en is in niet geringe mate verantwoordlijk voor het uiteindelijke resultaat. Het ensemble wordt verder aangevuld met een tweede bouzouki, een gitaar en contrabas waaronder musici die met Tsitsanis samenwerken. 

Het verhaal gaat dat Bithikotsis en Chiotis zich aan het begin van het opnameproces afvroegen of ze zich nog konden terugtrekken uit het project omdat ze vreesden dat het een blamage zou worden. 

 


De twee opnames van de Epitafios kwamen min of meer gelijktijdig uit en aanvankelijk leek er niet veel te gebeuren. Theodorakis was teruggegaan naar Parijs maar werd na een aantal dagen gebeld door Bithikotsis die hem aanspoorde onmiddellijk terug te komen naar Griekenland waar zich een polemiek ontketend had. Voor- en tegenstanders van de beide opnames, Theodorakikos versus Hatzidakikos hadden middels artikelen en ingezonden brieven in de kranten een storm aan aandacht ontwikkeld voor de Epitafios. De scheidslijn tussen de voorkeuren liepen grotendeels langs die van de jaren 30 en 40  met het establishment voor Hatzidakis en zijn elegische, Westeuropese versie en het proletariaat voor Theodorakis met zijn rauwe en revolutionaire opname waarin de smart van de moeder vertolkt werd door de onder het volk geliefde stem van Bithikotsis. Er werd schande gesproken over de vermenging van poëzie met muziek uit de goot maar de gemiddelde Griek kon middels de hem/haar bekende klanken kennis nemen van teksten die anders buiten hun bereik zouden zijn gebleven. Ook Ritsos, aanvankelijk niet bijzonder gecharmeerd van de opname, was zeer in zijn nopjes met de manier waarop zijn Epitafios zich verspreidde in de haarvaten van de samenleving. 

 


Uiteindelijk zou de opname van Theodorakis zelf dè Epitafios worden en hoewel de cyclus misschien niet zijn populairste werk werd heeft het zich wel een ereplek verworven in zijn oeuvre. 

Na een aantal maanden gingen Theodorakis en Chiotis opnieuw de studio in en namen een versie op met Mary Linda en strijkorkest. In de daaropvolgende decennia zijn er meerdere opnames verschenen waarvan ik er een aantal hier zal vermelden zoals zij op Spotify en elders te vinden zijn.

 


“Epitafios-Epifania (Remastered)” De versie met Bithikotsis en Chiotis aangevuld met de vier liederen uit de Cyclus Epifania.

“Epitafios-Mikis Theodorakis/Giannis Ritsos Meri Lida” De meer orkestrale versie o.l.v. Theodorakis met Mary Linda en Chiotis.

“Mouskouri Epitafios Full Album” (You Tube)

“Epitafios 1977 Giannis Thomopoulos” Een live registratie met declamatie 

“H Nena Venetsanou tragouda Miki Theodoraki” Naast de Eluard liederen ook een versie van de Epitafios voor stem en piano.

 


Er zijn online via google of zoeken op You Tube nog vele andere versies te vinden. Speciale vermelding hierbij verdient een opname van vier liederen uit de Epitafios door Maria Farantouri opgenomen in Moskou in 1966 tijdens een tournee van het Theodorakis Ensemble door Rusland. Verder staan de Mauthausen Cyclus en de Epfiania op deze plaat. Deze is te vinden op You Tube als Μίκης Θεοδωράκης - Μόσχα 1966

 


1960-1964:  Muzikale hoogtepunten in tumultueuze tijden

 


Het succes van de Epitafios leidt ertoe dat tekstdichters in de rij staan bij Theodorakis om hun gedichten te laten verklanken. Binnen korte tijd worden albums uitgebracht als Archipleagos (Spotify“Arhipelagos-Nisos ton Azoron 1961”) en Politia A. (Spotify “Politia A+Politia B) met Bithikotsis, Mary Linda en die andere grootheid uit de Griekse Laika muziek Stelios Kazantzidis die dan nog een duo vormt met zijn vrouw Marinella. Vaak worden er ook alternatieve versies van de populairste liederen opgenomen en uitgebracht, ook door Theodorakis zelf die het principe huldigt dat een lied niet een enkele zanger toebehoort. Zo bestaan er van bijvoorbeeld de Archipelagos versies met Bithikotsis en Mary Linda naast elkaar en zo geldt dat ook voor veel daarop volgende liederen en cycli. 

Theodorakis doet met het lied Apagoghi (te vinden op Archipelagos) mee aan het festival van het Griekse Lied in Thessaloniki en wint met zangeres Mary Linda de eerste prijs waarbij de tweede prijs naar Hatzidakis-Mouskouri gaat met het lied Kourasmeno Palikari. 

 


Uit deze begintijd komt het album “I Synavlia Sto Kentrikon (Live)”. Een optreden met liederen uit Archipelagos en Politia met Linda, Bithikotsis, Kazantzidis en Marinella. De zangers worden begeleid door een orkest en Manolis Chiotis op bouzouki. Manos Hatzidakis soleert aan de piano. Aanvankelijk vond een aantal orkestleden het maar niets dat ze het podium moesten delen met een bouzikispeler maar zoals aan de reacties van het publiek te horen is werd het geheel zeer enthousiast ontvangen. 

Dit optreden is berucht door het feit dat Bithikotsis, die nooit eerder in een dergelijke grote zaal had gestaan, podiumvrees kreeg en het lied Rodostamo moest afbreken wegens zenuwen. Daarop pakte Mikis de microfoon en zong en dirigeerde voor het eerst zelf. Dit alles is te horen op deze opname.

 


Wie aanvankelijk ook niet stond te juichen toen Theodorakis zich aan zijn teksten waagde was de Griekse dichter en Nobelprijswinnaar Giorgos Seferis. Mikis schreef vier liederen binnen de cyclus Epifania (te vinden op de uitgave van de originele Epitafios met Bithikotsis) waarvan het eerste Sto Perigiali/ Op het geheime strand, ook bekend als Arnisi/Ontkenning één van zijn bekendste melodieën is geworden. In Nederland is het zelfs opgenomen door de band BZN. 

Seferis ging echter ook helemaal om toen hij, door Mikis meegenomen op een toch door de Plaka, uit elke kroeg zijn teksten hoorde.

 


Het Griekse Kunstlied/Entechno Tragoudi slaat in als een bom en in de voetsporen van Mikis volgen componisten als Stavros Xarchakos, Manos Loizos, Giannis Markopoulos en Christos Leontis.

 


In 1962 worden de verkiezingen in Griekenland gewonnen door de rechtse politicus Konstantinos Karamanlis. De Epitafios wordt verboden en optredens van Theodorakis worden door de politie verstoord en instrumenten worden kapot geslagen. Desondanks zet deze zijn zegetocht voort met het eerder genoemde toneelstuk en album de ballade van de dode broeder, De muzikale revues Omorfi Poli en Magiki Poli (Mooie/Magische Stad) in samenwerking met Manos Hatzidakis (Spotify “Omorfi Poli-Magiki Poli Remastered”) en met een nieuwe zangeres Dora Gianakopoulou. Met Iakovos Kambanellis, van wie hij in 1965 de Mauthausen Cyclus zal verklanken creëert hij de theaterproductie “I Gitonia ton Aggelon” (de buurt van de Engelen) (onder deze titel op Spotify) in samenwerking met de bouzoukispeler en componist Giorgos Zambetas. 

 


In 1963 maakt de Belgische televisie een documentaire waarin Mikis vertelt over Griekse muziek en artiesten introduceert als Hatzidakis, Vamvakaris en Tsitsanis. Een prachtig tijdsdocument dat op You Tube te vinden is onder de titel “Mikis Theodorakis et la musique populaire greque 15.7.1963. Het is hooguit jammer dat bij de fragmenten van zijn liederen door Bithikotsis en Kazantzidis studieopnames over de beelden zijn gemonteerd. 

 


In deze documentaire komen in het segment met Bithikotsis ook twee bouzoukispelers in beeld die lange tijd niet alleen leidend zouden zijn in het Volksorkest/Laiki Orchistra van Theodorakis maar ook in zo’n beetje alle andere stromingen binnen de Griekse muziek; Kostas Papadopoulos en Lakis Karnezis. Na de eerste drie albums met Chiotis namen zij de rol van bouzouki solisten over. 

De linkshandige Karnezis en de rechtshandige Papadopoulos waren niet alleen visueel een eenheid met de klankkasten van hun bouzouki’s naast elkaar maar speelden samen alsof het vanuit een gedeeld muzikaal bewustzijn was. Kostas op de melodielijn en Lakis de tweede stem wat hem ooit deed verzuchten dat hij dus twee keer zoveel werk had omdat hij zowel de melodielijn als de harmonie moest beheersen. Hun virtuositeit en muzikale vindingrijkheid is een integraal onderdeel van het succes van de muziek van Theodorakis en is mijn ogen nooit geëvenaard. 

Op Spotify staat het instrumentale album “The sound of my Country. The Greek Laikee Ensemble” dat in dit geval geen toeristenval is maar opnames uit de jaren 6o van het originele volksorkest van Theodorakis met Karnezis en Papadopoulos en onder leiding van pianist Giannis Didilis, ook een medewerker van het eerste uur.

 


Op 22 mei 1963 wordt de populaire linkse politicus Grigoris Lambrakis in Thessaloniki na een redevoering op straat op het hoofd geslagen met een knuppel waarna hij 5 dagen later overlijdt. In het land breken massale protesten uit en op straten wordt een grote Z gekalkt wat staat voor “Hij Leeft”. De onlusten leiden tot het aftreden van Karamanlis. Theodorakis wordt gekozen als de eerste president van de Lambrakis Jeugd beweging die daarop wordt opgericht en met 55.000 leden de grootste politieke beweging van het land wordt.  In 1964 neemt Theodorakis plaats in het Griekse Parlement als afgevaardigde van Verenigd Democratisch Links (EDA). 

De auteur Vassillis Vassilikos schrijft naar aanleiding van de moord op Lambrakis zijn politieke roman Z die begin jaren 70 wordt verfilmd door Costa Gavras. Hierbij wordt naast andere muziek van Theodorakis het lied To Yelasto Pedi/ de lachende jongen gebruikt. 

 


Theodorakis had in 1962 voor opvoeringen in het Grieks van het toneelstuk De Gijzelaar van de Ierse schrijver Brendan Behan liederen gecomponeerd die hij, daar zijn muziek op dat moment verboden was, ondergronds had opgenomen waarbij hij zelf alle liederen zong. Eerder was er al een opname uitgekomen met vier liederen uit de cyclus Lipotaktes/de Deserteurs op gedichten van de zijn broer Giannis Theodorakis door Mikis zelf gezongen. (Te vinden op de originele opname van eerder genoemde Liederen van de dode broeder) 

To Yelasto Pedi, het tweede lied van de cyclus De Gijzelaar/Enas Omiros werd door Theodorakis opgedragen aan Lambrakis. Een aantal van de liederen werd ook uitgevoerd door Dora Gianakopoulou met gitaarbegeleiding en in 1967 maakte Theodorakis zelf een nieuwe opname met ditmaal Maria Farantouri als zangeres.

Deze drie versies zijn te vinden op het album “Enas Omiros Remastered” op Spotify.

 

 

 

1964-1967  Axion Esti-Zorba de Griek-Maria Farantouri

 


In 1964 achtte Theodorakis de tijd rijp voor de presentatie van een muziekstuk dat hij reeds in 1960 had voltooid maar waarvan hij de complexiteit nog niet toevertrouwde aan het volk. Het Volksoratorium Axion Esti op gedichten van alweer een Nobelprijswinnaar; Odysseas Elytis. Dit stuk voor Koor, orkest, volksensemble, bariton, spreker en volkszanger bestaat uit delen atonale en tonale byzantijns/klassieke muziek, voordrachten en populaire liederen. 

Mikis maakte een opname van het stuk onder moeilijke omstandigheden. De populaire liederen werden als altijd in een studio opgenomen en dat verliep probleemloos. Door tegenwerking van de overheid werden de opnames voor het koor en orkest gehinderd door een steeds verder uitdunnend aantal medewerkers die vreesden voor represailles. Toen het stuk aan het publiek gepresenteerd zou worden probeerde Mikis daarvoor het Odeon van Herodus Atticus aan de voet van de Akropolis te krijgen maar dit werd als een te gewichtige lokatie gezien voor een “volksvermaak”. Vandaar dat de premiere plaats vond in een te klein theater. Dat weerhield het stuk er niet van om de best verkopende opname van een werk van Theodorakis te worden. Het is dan ook een zeer geslaagde vermenging van zijn verschillende stijlen met koor en cantor enerzijds in Liturgische gezangen en statige Griekse dans melodieën en de populaire liederen zoals Ena to Chelidoni en Tis Dikaiosinis Ilie die tot de dag van vandaag tot de vaste uitsmijters van een Theodorakis concert behoren.

 


Er zijn op Spotify verschillende opnames van de Axion Esti. Allereerst natuurlijk het origineel met Bithikotsis; “To Axion Est remastered 2003”. De tweede officiële opname is van een live uitvoering uit ditmaal wel het Odeon met Giorgos Dalaras uit de jaren 80 “Axion Esti George Dalaras” . Ik vind dit persoonlijk geen geweldige uitvoering vooral door de Cantor die ik erg wollig vind zingen. Diezelfde zanger (Andreas Koloumbis) zingt ook op de derde uitvoering onder Mikis zelf met Giannis Kotsiras als populaire zanger; AxionEsti-Pnevmatiko Emvatirio (live)”. Dan is er een vierde versie die niet onder leiding van Theodorakis is maar wel met Giorgos Dalaras en een prachtige Cantor zanger Tasos Christogianopoulos uit 2006; “Romiosyni/Axion Esti”. Deze heeft mijn voorkeur wat betreft de moderne Griekstalige uitvoeringen. 

 

Want de Axion Esti is ook in andere talen uitgevoerd. In de jaren 80 hoorde ik in Vorst Nationaal in Brussel een Zweedse uitvoering o.l.v. Mikis zelf. De aanwezige Grieken raakten steeds geagiteerder en begonnen te roepen dat het een schandaal was en dat die liederen in het Grieks gezongen moesten worden. Ze bedaarden pas toen Theodorakis, die eerder tijdens het concert de zaal al bestraffend had toegesproken, zelf de microfoon nam om de Griekse versies te vertolken. 

Een muzikaal zeer overtuigende versie is een live registratie van een concert dat in de voormalige DDR is opgenomen ook weer onder leiding van Miks zelf en met Lakis Karnezis op bouzouki. Dit album staat als “Theodorakis:Axion Esti” op Spotify met uitvoerenden als Gothart Stier en Gunther Emmerlich en is gemaakt in Dresden. Het werk is vertaald in het Duits dat ik persoonlijk door mijn eigen ervaring met Klassieke Duitse muziek vele malen beter kan hebben dan de Zweedse versie. 

 


In hetzelfde jaar  componeerde Mikis the cyclus Mikres Kyklades/Kleine Cycladen op gedichten van Elytis waarvan de liederen Tou Mikrou Voria/ De kleine noordenwind en Marina de bekendste zijn geworden. Hiervan werden twee versies opgenomen. Eentje met Miks zelf en Dora Gianakopoulo; “Mikres Kiklades/Hrisoprasino Fillo Remastered 2005”. Hier op staat ook het album dat Theodorakis aan Cyprus wijdde met liederen gezongen door Bithikotsis en het allereerste lied dat Maria Farantouri opnam; Matomeno Fengari/Bloed maan.

 De tweede versie is met de zangeres Soula Birbili die in die tijd deel uitmaakte van het vaste ensemble van zangers waar Theodorakis mee werkte en die de perfecte stem heeft voor deze cyclus. “Mikres Kyklades tou Odyssea Elyti Soula Birbili”

 


1964 was ook het jaar dat Mikis de muziek leverde voor een film van Michalis Kakogiannis met wie hij reeds eerder had samengewerkt voor de muziek van de film Electra (1962) met Irene Papas in de hoofdrol. Voor deze film gebruikte hij een aantal liederen uit de cyclus Archipelagos (Fevgo  makria patrida mou en Tha Thiso ti Manoula mou) en componeerde hij nieuwe muziek. 

Voor de dans waarmee de film, Zorba de Griek, zou eindigen moest hij nog iets componeren. Kakogiannis vroeg hem om alvast iets aan te leveren zodat de acteurs Anthony Quin en Alan Bates zouden kunnen oefenen. Hiervoor gebruikte hij een Kretenzische Dans (Kritikos Choros) die hij al had gebruikt in de revue Omorfi Poli. Voor de langzaam beginnende en steeds sneller wordende muziek naar die dans toe gebruike hij het instrumentale intro uit het lied Strosse to Stroma sou Gia Dio/Prepareer je bed voor twee uit de cyclus Gitonia ton Angelon. Omdat er haast bij was werden de musici van het Volksorkest uit de tavernes waar ze zaten te schnabbelen gehaald en werd de track opgenomen en verzonden met de belofte dat er nog een definitieve compositie zou volgen. De gelegenheidsopname sloeg echter zo aan dat besloten werd deze voor de film te gebruiken en zo was de Sirtaki, een dansvorm die daarvoor nog niet bestond, geboren. 

Dat dit het meest bekende stuk van Theodorakis zou worden is allicht een beetje te vergelijken met de positie van de Bolero in het oeuvre van Maurice Ravel.  

 


Guy Wagner, de Luxemburgse biograaf van Theodorakis merkte op dat waar Beethoven vier noten nodig had (het intro van de vijfde symfonie) Mikis het met twee afkon al vraag ik me af of hij het Adieu du Bergers uit l’Enfance du Christ van Hector Berlioz kende dat met diezelfde twee noten begint. 

 


De naam van Theodorakis werd dankzij de film een wereldwijd begrip en ook zij die nog nooit van hem gehoord hebben kennen de Sirtaki. Het stuk kwam dan ook regelmatig aan bod op zijn concerten als de toegiften aan de beurt waren. 

 


Er zijn natuurlijk ontelbare opnames van de Sirtaki maar wat betreft de gehele soundtrack zijn er twee die er toe doen. Allereerst het origineel; “Zorba the Greek-Original Soundtrack” waarin de muziek wordt vooraf gegaan door geluidsfragmenten uit de film. In 2004 werd er in het kader van de terugkeer van de Olympische Spelen naar Griekenland een nieuwe opname gemaakt van de volledige soundtrack met Kostas Papadopoulos op bouzouki en Evangelos Papangelidis op bas, beide leden van het originele Volksorkest. De zoon van Papangelidis trouwde overigens met Margarita Theodorakis en hun zoon was onlangs percussionist in het ensemble waarmee Maria Farantouri op tournee was ter gelegenheid van 100 jaar Theodorakis.

 

 

 

 

 

 

 


Maria Farantouri.

 


Er is geen zangeres met wie de naam van Theodorakis meer verbonden is dan Maria Farantouri. Zij is omschreven als de Joan Baez van de Mediterranee, als de godin Hera door Francois Mitterand en als het kanon van Theodorakis door de Nederlandse kranten in 1972.

 


Farantouri werd geboren in 1947 en had een moeizame jeugd omdat zij met Polio besmet raakte en lange tijd in quarantaine moest doorbrengen. Zingen zat haar in het bloed en zij maakte al jong deel uit van het koor van de sociëteit van Griekse muziek die tot doel had deze muziek onder de aandacht te brengen. Componisten als Markopoulos, Loizos en Leontis maakte eveneens deel uit van deze sociëteit. Maria’s talent werd al snel ontdekt en zij werd solist bij uitvoeringen. 

Daar hoorde Theodorakis haar voor het eerst zingen in 1963 toen zij zijn lied Kaimos/Smart ten gehore bracht. Na afloop van het concert ging hij naar haar toe en vroeg haar “weet je dat je geboren bent om mijn liederen te zingen” waarop zij antwoordde met “Ja”. Niet lang daarna maakte zij deel uit van het zangers-ensemble van Theodorakis met Bithikotsis, Gianakopoulo en Birbili en zong zij overal in Griekenland en daarbuiten. 

Zo maakte zij met Theodorakis een concertreis naar Engeland, Duitsland en Nederland in 1966. In Hilversum werd een plaat opgenomen die ik als één van de absolute hoogtepunten uit de Theodorakis Discografie beschouw en niet alleen omdat het de plaat is die ik als drie-jarige als eerste hoorde. 

Op deze plaat is een overzicht te horen van liederen uit de cycli Epifania, Mikres Kyklades, Tou Nekrou Adelfou, Archipelagos etc. Zij worden uitgevoerd door het Volksorkest dat voor de gelegenheid bestond uit Piano, drums, bas en bouzouki’s. De opname is gemaakt in de beroemde Wisseloord Studios in prachtig Stereo hij klinkt alsof hij gisteren gemaakt is. De bouzouki’s zijn akoestisch opgenomen in plaats van elektrisch wat vaak gebeurde en Papadopoulos en Karnezis blinken uit in hun samenspel en vindingrijkheid in hun partijen. 

Drie van de liederen worden gezongen door Giorgos Kapernaros en negen door Farantouri die ondanks haar jonge leeftijd vereenzelvigd is met de liederen die ze zingt. Een beter voorbeeld van de kunst van Theodorakis in de jaren 60 is niet te vinden buiten de gevestigde studio-opnames om. Tijdens de tournee door Rusland werden ook twee platen opgenomen die ik al eerder noemde en ook die zijn artistiek gezien hoogstaand maar lijden onder slechtere opnametechniek en persingen. 

 


Deze plaat met 12 liederen is te vinden op Spotify onder de weinig belovende titel “Famous Greek Songs” Miks Theodorakis 1971. Als u slechts één opname uit deze uitputtende opsomming gaat beluisteren dan zou ik deze kiezen. De rest volgt dan vanzelf.

 


De bekendste samenwerking van Maria en Mikis is natuurlijk de ballade van Mauthausen uit 1965, niet te verwarren met de Mauthausen Trilogy die van latere datum is. 

Dit is de eerste cyclus die specifiek voor de stem van Farantouri geschreven is. Kambanellis had een boek geschreven over zijn ervaringen in het Concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en voor de presentatie had hij vier gedichten bijgevoegd om door Mikis te laten vertonen. 

Ze beschrijven de wanhoop van de dichter die de vrouwen van Mauthausen en Bergen Belsen vraagt waar zijn geliefde is, vertellen het verhaal van de griek Antonis die onder de ogen van de SS de steen van een gevallen jood oppakt, hoe een vluchteling naar het vuurpeloton wordt gevoerd en laten de dichter zijn geliefde smeken om elkaar te omhelzen op de appelplaats en te kussen bij de gaskamer als de oorlog eindelijk voorbij zal zijn. 

 


De cyclus is na de eerste presentatie overal ter wereld uitgevoerd en er bestaan ontelbare opnames van, met of zonder Farantouri, officieel of gemaakt tijdens concerten. Maar het origineel is de goudstandaard voor alle daaropvolgende versies. Theodorakis gebruikt een klein ensemble waarin fluit en cello een groot aandeel hebben en de piano vervangen is door een spinet. De bouzouki’s zijn op deze opname te horen maar spelen een minder grote rol en Kostas Papadopoulos speelt hier en in de concerten die volgden hoofdzakelijk op een elektrische gitaar alsof het een bouzouki is hetgeen een sinister karakter aan de muziek geeft die anders niet bereikt zou zijn. Maar alles staat of valt met de zangpartij en Farantouri is onnavolgbaar in de eenvoud en de kracht van haar altstem die hier gebruikt wordt om de mannelijke dichter een stem te geven zoals Bithikotsis dat deed met de moeder uit de Epitafios. De eenvoudige mono opname doet in dit geval voor de Mauthausen Cyclus wat Zwart Wit deed voor de film Schindlers List.

De plaat wordt aangevuld met 6 losse liederen die de Cyclus voor Farantouri heten maar waarvan een aantal ook door Bithikotsis en anderen zijn opgenomen. In de vertolking van Maria zijn ze niettemin prachtig. 

 


De Mauthausen Trilogy is onder andere een opname die met Theodorakis en Farantouri gemaakt is in het Kamp Mauthausen zelf die historisch interessant is maar muzikaal geen hoogtepunt. Hij wordt aangevuld met een Hebreeuwse en engelse versie van de liederen.

 


Verder is er natuurlijk de Nederlandse versie van Liesbeth list en een recente opname in het Jiddisch van Nikki Jacobs. 

 


Dan is er nog een interessante Griekse versie met de zanger Giorgos Zografos met wie Mikis in 1966 de cyclus Brieven uit Duitsland/Grammata apo tin Germania uitvoerde die echter pas na de dictatuur werd opgenomen. 

 


Mauthausen opnames: 

“I Ballada tou Maouthaouzen + 6 Tragoudia remastered” 

“Mauthausen Trilogy” 

“The Ballad of Mauthausen Nikki Jacobs” 

“Mikro Paidi Giorgos Zografos” Een dubbel cd met 33 liederen waaronder de Mauthausen liederen.

 


Op mijn eigen You Tube kanaal met veel archiefmateriaal is een filmopname te vinden van een concert ten tijde van de premiere van de Mauthausen cyclus onder de titel “2 songs from Mauthausen 1966 in Greece (right pitch)”. 

 


In Nederland is de Ballade van Mauthausen populair geworden in de vertolking van Liesbeth List. 

Theodorakis was tijdens een bezoek aan Nederland meegenomen naar een voorstelling van Shaffy Chantant waar hij List hoorde zingen. Hij stelde haar voor om samen een plaat te maken. Op 21 april 1967 stond List met een afvaardiging van Philips Platenmaatschappij te wachten op Schiphol waar Mikis zou aankomen met een orkestband die Liesbeth zou inzingen maar hij kwam niet. Vroeg in de ochtend waren de tanks in de straten van Athene gesignaleerd en Mikis was onmiddellijk ondergedoken. De plaat die later dat jaar uitkwam was een nabootsing van die met Maria Farantouri maar dan met mandolines want er waren geen bouzoukispelers te vinden in Nederland. De plaat werd desondanks een groot succes en List nam er ook een Italiaanse versie van op. Op de B-kant stonden liederen uit de cyclus De Gijzelaar waarbij de versie die Mikis ooit zelf had ingezongen de inspiratiebron was.

Spotify: “Liesbeth List zingt Theodorakis” en “Interpreta Theodorakis” (in het Italiaans)

 

 

 

 

 

 

Tegelijk met de Ballade van Mauthausen ging een ander nieuw werk van Theodorakis in premiere. Romiosini. De Nederlandse journalist en Griekenland correspondent Frans van Hasselt vertelde me dat hij naar het concert ging met de vraag of “Mikis het nog zou hebben”. Hij was de laatste tijd vooral als politicus actief geweest en hij had een reputatie te verliezen in een speelveld waar steeds meer nieuwe componisten met interessante muziek en platen kwamen. 

 


Romiosini vertaalt zich ongeveer als de Griekse ziel. Het was de tweede samenwerking met Giannis Ritsos en wederom met Grigoris Bithikotsis. Deze liederen waarin Ritsos een parallel trekt tussen de Griekse vrijheidsstrijd tegen de Turkse overheersing en die van de Partizanen in en na de Tweede Wereldoorlog zijn misschien wel zijn populairste en bekendste liederen in Griekenland. De stem van Bithikotsis en de krachtige klank van het eenvoudig bezette ensemble met vooral de bouzouki’s in de hoofdrol laten een onuitwisbare indruk achter. Mikis had het absoluut nog ! 

 


Spotify: “Romiosini Remastered 1966” De originele opname met Bithikotsis. 

Op het eerder genoemde album met Giorgos Dalaras waar ook de Axion Esti op staat vindt men ook een uitstekende uitvoering van de Romiosini zei het dat die stukken bombastischer is dan het origineel. 

 


In de dagen tot 21 april was Theodorakis bezig met de nieuwe versie van de Gijzelaar met Farantouri en een nieuwe cyclus Thallassina Fengaria/Manen van de zee op gedichten van Nikos Gatsos. Dit waren 6 liederen waarvan 3 voor Bithikotsis en drie voor een nieuwe zangers Viky Moscholiou die Mikis omschreef als een stem als een cello wat overigens zijn favoriete instrument was.

De opnames werden gemaakt maar de plaat kon pas worden uitgegeven  in 1974. Voor die gelegenheid werd hij aangevuld met 6 eerder uitgebrachte liederen en werden twee van de liederen met Moscholiou opnieuw opgenomen. Op Spotify staat “Thalassina Feggaria Remastered” met zowel de oude als de nieuwe versies van de liederen van Moscholiou.

 


In april was Mikis met Farantouri aan het repeteren aan een nieuwe cyclus met liederen op gedichten van de Spaanse dichter Frederico Garcia Lorca, de Romancero Gitano. Deze cyclus was geschreven voor de zangeres Arletta die hem in de jaren 70 ook zou opnemen (“Romancero Gitano tou F.G.Lorca kai tessera alla tragoudia”) Farantouri maakte in ballingschap in London een opname van de Lorca liederen met de gitarist John Williams die adembenemend mooi is. “John Williams Plays Theodorakis-Songs of Freedom

 


1967-1970

 


Wie wil weten hoe het Mikis vergaan is in de jaren van de dictatuur moet zeker zijn in Nederland vertaalde en uitgegeven Verzetsdagboek te pakken proberen te krijgen. Het leest bijna als een spannend jongensboek en zal beslist lijden onder overdrijving maar het schets ook een tijdsbeeld en een periode die zowel creatief vruchtbaar als loodzwaar is geweest. Ik kan er hier slechts zeer summier verslag van doen en dan vooral voor wat betreft de in die tijd geschreven muziek. De tragiek voor Theodorakis is dat hij deze jaren in afzondering van het Griekse volk leefde aangezien hij of ondergedoken, gevangen of in afzondering zat. Het creatieve proces dat hij doormaakte ging aan de Grieken voorbij en bleef ook na 1974 grotendeels onbekend. Zijn werk van voor 1967 is gemeengoed geworden, dat van erna met hier en daar een uitzondering veel minder. 

 


Een van de eerste maatregelen die door de Junta werden genomen was het verbieden van de muziek van Theodorakis. Op het luisteren naar of verspreiden ervan stond gevangenisstraf. Ook in periodes van relatieve vrijheid in 1968 kon hij zijn nieuwe composities niet aan de Grieken laten horen.

 


Persoonlijk vind ik de composities uit die periode minstens zo waardevol als zijn hits van de jaren ervoor, vooral ook omdat hij zijn muzikale taal uitbreidde van Laiko-/Volksliederen naar liederen die hij zelf Tragoudia Potamos noemde. Liederen als een stroom. Een mooi voorbeeld hiervan is het tweede lied uit de cyclus Epifania Kratisa ti Zoi mou dat oorspronkelijk slechts een paar strofes uit het gehele gedicht bevatte. Dit breidde hij uit tot een compositie van meer dan 12 minuten voor zanger, koor en ensemble met de naam Epifania Averof, de naam van de gevangenis waar hij zat opgesloten.

Zijn eerste composities vanaf 21 april 1967 waren liederen die hij in de eerste dagen dat hij ondergedoken zat schreef en die allen over het verzet gingen. Bijvoorbeeld het lied “Donderdag was ik vrij, de dag erop een slaaf. Dit lied werd opgenomen door Giannakopoulo die naar het buitenland was gevlucht. (YouTube: Dora Giannakopoulo  singt Lieder von Mikis Theodorakis 1968) Verder schreef hij pamfletten waarin hij opriep tot verzet. 

 


Dat verzet komt echter niet van de grond en in augustus wordt Theoorakis opgepakt en opgesloten in de Averof gevangenis. Niet wetende wat hem te wachten staat en of hij wellicht elk moment ter dood gebracht kan worden vraagt hij om potlood en papier en schrijft 32 gedichten waarvan hij er 16 op muziek zet. Deze cyclus Zon en Tijd/Ilios kai Chronos leest als een koortsdroom met hallucinante verbeeldingen over engelen in straalvliegtuigen, afgronden, Nivea en Nescafé en het verloop van tijd in tienden van seconden die hij nog te leven zou hebben. 

Deze compositie weet hij naar buiten te smokkelen en al in November van dat jaar worden er drie van gezongen door Maria Farantouri die Griekenland ontvlucht is met leden van het Volksorkest en de zanger Antonis Kalogiannis. Door heel Europa concerten geven zij concerten om de aandacht te vestigen op de Griekse zaak en Theodorakis.

In 1971 wordt de gehele cyclus o.l.v. Theodorakis uitgevoerd in Parijs met Farantouri, Kalogiannis en twee nieuwe zangers; Maria Dimitriadi en Petros Pandis. Het arrangement is een mix tussen rockmuziek en Griekse volksmuziek met gesproken Franse vertalingen tussen de liederen door en soms er doorheen. Het is nogal een vreemde eend in de bijt in het oeuvre van Theodorakis maar de live opname is ook één van de beste in zijn catalogus met prachtige liederen als “Op de droge aarde van mijn hart is een cactus ontsprongen” door Dimitriadi en “Als de tijd stilstaat vult mijn cel zich met maanden” en “Sylva” door Farantouri. Wat de uitvoering extra interessant maakt zijn de baspartijen van Giannis Petropoulakis die geheel eigen melodieën  speelt in plaats van de meer standaard baslijnen. Epfiania Averof staat ook op deze plaat met Antonis Kalogiannis als solist.

In 1977 ging er in Griekenland een versie van deze cyclus in premiere onder leiding en in een arrangement van Giorgos Theodorakis. Hier wordt het rockmuziek aspect van de liederen veel zwaarder benadrukt en verliezen ze mijns inziens veel van hun charme. 

 


De originele uitvoering staat op een YouTubekanaal met de naam “Rythmography” waarop een afspeellijst staat met muziek van Theodorakis. Veel van de moeilijk te vinden titels staan in die afspeellijst. Deze is te vinden onder de titel “Mikis Theodorakis: O Ilios kai O Chronos (Kyklos poimaton tou M.Theodoraki) Epifania Averof 1972”. Het album is niet het eerste resultaat dat zichtbaar wordt maar het loont zeker de moeite even door te scrollen.

Ook de versie van Giorgos Theodorakis is onder de titel “Le Soleil et le Temps” op Youtube te vinden.

 


Na aanvankelijk in afzondering gezeten te hebben kan hij na een maand in contact komen met andere gevangenen met wie hij een koortje opricht waarmee hij zijn nieuwste composities uitvoert. Daaronder de Epifania Averof en een ander werk op gedichten van Seferis; Mythistorima. De eerste drie van de vier liederen zijn prachtig en Slaap omhulde je/O Ipnos se Tilikse werd een favoriet nummer van Farantouri. Het vierde Ligo Akoma/Nog even werd een soort van uitsmijter waar Theodorakis later grinnikend van zegt dat Seferis, die ondertussen was overleden, een toeval zou krijgen als hij het had kunnen horen. 

 


Deze liederen zijn in 1971 verschenen op de plaat Theodorakis dirige Theodorakis volume 2 met Farantouri die ook 5 van de Lorca liederen zingt. 

Ook dit album is in een Griekse uitgave te vinden op het YouTube kanaal van Rythmography in de Theodorakis afspeellijst.

Op dit zelfde album zingt Antonis Kalogiannis de liederen voor Andreas die tot de meest gezongen strijdliederen zijn gaan behoren. Toen hij na een maand een celmaat kreeg vertelde deze aan Mikis over de martelingen die plaats vonden op het dak van de gevangenis, het“Terras”. Gevangenen moesten hun schoenen uitdoen en werden dan met een ijzeren staaf op hun voeten geslagen. Dit was in de cellen te horen en gezamenlijk telden ze de slagen. Met Andreas Lendakis, een leider uit de tijd van Lambrakis-jeugd die in een cel naast hem zat en die zwaar gefolterd was wisselde hij boodschappen uit door middel van tikken op de muren. In het vierde lied van de cyclus To Sfagio/Het Slachthuis beschrijft Theodorakis hoe hij de slagen telt die hij Andreas hoort krijgen en hoe hij daarna met hem communiceert; tak tak esi, tak tak ego/tik tik jij, tik tik ik. 

 


In januari 1968 werd Mikis na internationale druk vrij gelaten en na bijgekomen te zijn trok hij naar zijn huis in Vrachati waar hij de rust had om nieuwe composities te schrijven zoals de liederen voor Andreas. Allereerst zette hij zich aan de voltooing van de muziek op een tekst die hij van een medegevangene had gekregen. Het waren de woorden van Rena Hadzidaki, een gevangene die Mikis over de gangen had zien lopen en tegen de bewakers had horen schreeuwen. Onder het pseudoniem Marina schreef zij een lang gedicht waarin zij de schok en de vertwijfeling beschrijft van een plotselinge gevangenschap en afzondering. Ze realiseert zich  hoe het leven buiten de gevangenismuren verder gaat en hoe niemand van buiten haar ervaringen zal kunnen begrijpen.  Na het schrijven verscheurde ze het maar iemand anders raapte de snippers bij elkaar , schreef ze over en zorgde dat ze bij Mikis kwamen.

Theodorakis voelde hoe de woorden zijn poriën binnen drongen, hem verwondden, hem troostten en hem bevrijdden. Dit werd de tweede van zijn Tragoudia Potamos composities in drie delen. Het werk werd naar Maria Farantouri gezonden die er met Kalogiannis in Engeland een opname van maakte in een instrumentatie van Giannis Markopoulos. Mikis beluisterde deze op zijn clandestiene transistor radio in Zatouna waar hij naartoe was verbannen. 

 


“Etat de Siège/Katastasi Poliorkias” te vinden op het YouTube kanaal van Rythmography.

 


In 1977 werd het werk uitgevoerd met dezelfde zangers onder leiding van Theodorakis tijdens de “Muzikale Augustus” van dat jaar in het Lykavitos theater in Athene. Ook hiervan zijn registraties te vinden op YouTube. 

 


Andere werken uit die periode zijn Ta Laika op teksten van Manos Eleftheriou met de bekende liederen To Palikari echi Kaimo/De jongeman heeft smart en To Treno fevgi stis Ochto/ De trein vertrekt om 8 uur. Van dezelfde dichter is ook de minder bekende cyclus Nicht Thanatou/Nacht van de dood.

 


Ta Laika kwam in 1971 uit als Theodorakis dirige Theodorakis volume 1 met Kalogiannis en Dimitriadi (te vinden op het YouTube kanaal van Rythmography) In Griekenland werden de liederen uitgegeven in een versie met Manolis Mitsias ;“Mikis Theodorakis Ta Laika 1974 remastered” op Spoftify. “ Nichta Thanatou” is dan weer te vinden in de Theodorakis Playlist van Rythmography.

 


In Vrachati leefde Theodorakis redelijk comfortabel en het was de Junta er veel aan gelegen om de buitenwereld te laten zien dat hij goed behandeld werd. Journalisten en buitenlandse bezoekers werden door het regime naar Vrachati gedirigeerd en er werd druk op Mikis uitgeoefend om muziek te schrijven voor Officiële gebeurtenissen. Mikis besloot dat dit niet langer zo kon doorgaan en dat hij geen uithangbord van de Junta wou worden. In Augustus 1968 kreeg hij bezoek van de Russische Ambassadeur aan wie hij een verklaring en een bandje meegaf met nieuwe liederen, die natuurlijk in Griekenland verboden waren. Deze werden op Radio Moskou gelezen en gespeeld. Binnen twee weken werd Mikis onder huisarrest geplaatst en na 5 dagen kreeg hij te horen dat hij en zijn familie werden verplaatst naar het dorpje Zatouna, hoog op de berg Menalon op de Peloponnesos waar zij 14 maanden zouden verblijven.

 


De eerste 5 maanden daar waren bijzonder zwaar. Hij leed onder het koude en vochtige klimaat en de piano die hij had had mogen meenemen bleef stil. De enige momenten dat hij het huis verliet was om onder constante bewaking een ouzo te drinken in de Taverna of met de plaatselijke priester te praten over Byzantijnse muziek.

 


Na een kort verblijf in Athene waar hij voor een tribunaal moest verschijnen en vluchtig contact had met zijn vader en vrienden in de rechtszaal leefde hij echter weer op. Hij zon op manieren om berichten naar buiten te smokkelen en begon weer te componeren. Zijn eerste compositie schreef hij op eigen teksten die een uiting waren van de frustratie die hij voelde over de manier waarop de politie en de bewakers zijn vrouw en kinderen behandelde. Deze lieten ze vaak in de regen wachten om ze te fouilleren en ondervragen als ze buiten Zatouna waren geweest. Één van de bewakers, zo vertelde Mikis op een naar het buitenland gesmokkelde opname, dwong mijn negenjarige zoon zijn armen op te steken waarna zij hem uitkleedden om te onderzoeken of hij iets verborgen hield. Giorgos kreeg hierdoor een zenuwinstorting en stuiptrekkingen die tot lang na het gebeuren aanhielden. Het lied “Mijn zoon is negen jaar” beschrijft de woede en machteloosheid die zich van hem meester maakte. Het maakt deel uit van de cyclus Arkadia 1. Er zouden nog 10 Arkadia cycli volgen. 

 


Spotify “Arkadia 1,7,8 

 


Voor Arkadia 2 en 3 wendde hij zich weer tot hem in het geheim opgestuurde teksten van Manos Eleftheriou. De liederen hiervan zijn later verspreid over allerlei albums verschenen maar Mikis nam zelf een versie op van hoe ze gecomponeerd waren met hemzelf zingend aan de piano. 

Spotify “Arkadia II kai III”

 


Theodorakis zit te springen om materiaal om op muziek te zetten maar het meeste dat hem wordt toegestuurd wordt door de beveiliging onderschept. Uit pure frustratie probeert hij zelf iets op papier te zetten maar dat eindigt zoals hij in zijn verzetsdagboek noteert in een burlesk science-fiction verhaal. Uiteindelijk krijgt hij een boek met een bloemlezing van verschillende auteurs waaruit hij onmiddellijk begint aan teksten van Andreas Kalvos. Deze drie liederen zijn als Arkadia 4 verschenen op de plaat Tragoudia tou Agona/Liederen van de Strijd, de eerste studieopname van Mikis na zijn verbanning uit Griekenland in 1970 waarop ook liederen staan die hij in het strafkamp Oropos componeert. (Spotify “Ta Tragoudia tou Agona”)

 


Voor Arkadia 5 kiest hij teksten van Angelos Sikelianos. Diens Opmars van de Geest/Pnevmatiko Emvatirio met daarin strofes als “Vooruit, help ons de zon boven Griekenland doen opgaan. In zijn verzetsdagboek beschrijft hij hoe hij hoe hij alleen is terwijl buiten de bewakers staan te rillen in de sneeuw. Hij nodigt ze naar binnen en begint te componeren. De bewakers raken enthousiast, vragen hem om niet te stoppen maar door te gaan en nog eens van het begin af aan te zingen. Ze drinken brandewijn tot het stopt met sneeuwen. Dan gaan ze naar de Taverna om verder te drinken terwijl de bewakers scanderen “help ons de zon boven Griekenland doen opgaan.”

 


Deze compositie kort na de aankomst van Theodorakis in Parijs uitgevoerd in de Royal Albert Hall te Londen met het London Symphony Orchestra en bouzouki’s en met Farantouri, Kalogiannis en Giannis Teocharis als zangers. Die uitvoering onder leiding van Theodorakis wordt opgedragen aan Giannis Ritsos en wordt op plaat uitgebracht. (YouTube playlist van Rythmography Pnevmatiko Emvatirio.)

In 2013 verschijnt een cd met opnames die Mikis zelf maakte ten tijde van de Junta met daarop zijn eerste strijdliederen van april 1967, de Staat van Beleg en de Opmars van de Geest.

(Spotify “Resistance-Historic recordings from the underground and exile.)

 


Tijdens zijn afzondering in Zatouna worden pogingen vanuit het buitenland gedaan om Theodorakis te spreken. De meesten mislukken maar de BBC lukt het om onder de ogen van de bewakers en met een verborgen camera beelden van hem te schieten. Verder gebruikt de familie allerlei listen om nieuws en liederen naar buiten te krijgen. Zo worden opnames die Mikis op band maakt afgeknipt en door Myrto in kartonnen knopen gedraaid die op de jas van Giorgos worden genaaid. Zo kan een nieuwe compositie dagen later te beluisteren zijn op de buitenlandse radio. 

 


Voor pasen schrijft Mikis de tekst en de muziek voor Arkadia 6; Een lofzang op de bergen van Arkadia, de verzetsstrijders en de dichters en schrijvers van Griekenland. Deze verschijnt na 1974 in Griekenland op de plaat Arkadia 6 en 8 met een strijdbare Maria Farantouri als solist. 

Het eerste deel hiervan is op YouTube te vinden onder de titel Thourion.

Arkadia 8 bestaat uit twee liederen, Milo en Charis die veel op concerten na 1970 zijn uitgevoerd en in Frankrijk zijn opgenomen op het album Concert 3 met Mikis als solist in Milo en Farantouri in Charis. (Spotify “Arkadia 1,7,8)  Dit is een andere uitvoering dan de later verschenen versie waar ook Arkadia 6 op staat. Milo verscheen ook op de plaat Nichta Thanatou gezongen door Kalogiannis. 

 


Dan Arkadia 7. Van alle Stroom-liederen die Theodorakis in Zatouna schreef vind ik deze persoonlijk het indrukwekkendst. De tekst is van de dichter Takis Sinopoulos. Mikis gebruikt hier wringende akkoorden om de wanhoop van de dichter klank te geven in een steeds verder aanzwellende kreet : “O waar zijn ze nu, waar ben ik. Schuifelend langs een woud vol spinnen, eeuwig op de vlucht. Zwervend door een woud van trommels, steeds trachtend mijn stem te doen horen temidden van de tijd. Kloppend en opnieuw kloppend op ramen en deuren waarachter de tijd zit opgesloten.”

Op de plaat Arkadia 1,7,8 staat de in 1973 in Frankrijk opgenomen versie van dit lange lied met Maria Farantouri. Indrukwekkender nog vind ik zelf de opname die door de Nederlandse Radio werd gemaakt van het concert dat Mikis gaf in januari 1972 in Rotterdam. Deze opname is te vinden op mijn YouTube kanaal onder “Theodorakis-Farantouri Arkadia 7: O Epizon (the Survivor)”  Wie de muziek van Theodorakis associeert met Griekse stranden en ouzo zal allicht moeten slikken bij het horen van deze magistrale compositie.

 


Arkadia 9, 10 en 11 zijn nooit opgenomen. Vooral in het geval van nummer 9 is dat jammer want het is een prachtige compositie met lange melodische lijnen. Op YouTube is een opname te horen met Mikis die het lied aan de piano zingt in ballingschap gevolgd door een met de computer gemaakte instrumentatie.

YouTube “Μίκης Θεοδωράκης - ΑΡΚΑΔΙΑ ΙΧ: Η μητέρα του εξόριστου (1969) [ανέκδοτο]”

 


Arkadia 10 is een spotlied op Luitenant Kostas Stergiou die Myrto, Margarita en Giorgos opnieuw aan een vernederend onderzoek onderwierp voor dat zij voor de laatste keer Zatouna verlieten en dat onlangs in Zatouna door de kleinzoon van Theodorakis voor het eerst gezongen is ter ere van de 100ste geboortedag van Mikis.

 


Arkadia 11 blijft helaas totaal onbekend.

 


In Oktober 1969 wordt Theodorakis overgeplaatst naar het strafkamp Oropos. Hoewel hij wederom in gevangenschap verkeerd leeft hij aanvankelijk enorm op. De medegevangenen waren grotendeels oude vrienden, een luisterend oor en een publiek voor zijn nieuwste composities.

In het kamp waren de gevangen verdeeld in de scheidslijnen die aan het begin op links opstaan waren maar onder leiderschap van Mikis besloot men om samen te werken om de leefomstandigheden te verbeteren en toekomstige protesten te organiseren. Het standpunt van Theodorakis was dat alles beter was dan de kolonels, iets dat hem door de hardliners in het kamp en in de maatschappij na de dictatuur zeer werd aangewreven. Hij zag zich dan ook gedwongen zijn plaats als leider van de samenwerking op te geven. 

 


Op een dag kwam iemand naar Mikis toe om hem te vertellen dat op een landtong dichtbij het kamp mensen zijn liederen stonden te zingen. Hij liep naar het hek en hoorde zijn lied Rodostamo gezongen worden door Manolis Chiotis, de bouzouki virtuoos van de Epitafios. Deze had geprobeerd Mikis te bezoeken maar dat werd geweigerd waarop hij met een aantal vrienden deze ode bracht. De volgende dag stond in de krant dat hij bij terugkeer aan een hartaanval was overleden.

 


In het kamp richtte Mikis opnieuw een koor op met wie hij aldaar geschreven liedjes instudeerde die hoewel met veel la la la gelardeerd uiterst cynische teksten bevatten. (Tragoudia tou Agona)

 


De gezondheid van Theodorakis begon achteruit te gaan. Zijn TBC speelde op en hij werd naar een ziekenhuis gebracht. Daar werd hij bezocht door de franse politicus Servan-Schreiber die kans zag om Mikis mee naar Parijs te “smokkelen”. Het vermoeden bestaat dat de Junta met deze verbanning de Raad van Europa probeerde te beïnvloeden die op 15 april zouden stemmen over de humanitaire situatie in Griekenland. Een maand later vluchtten Myrto en de kinderen eveneens met behulp van Servan-Schreiber uit Griekenland met een bootje.

 

 

 

1970-1974 en verder

Na zijn vrijlating en verbanning werd Theodorakis het symbool van de strijd tegen de Junta en verzet tegen dictatoriale samenlevingen wereldwijd. Hij reisde vanuit Parijs de hele wereld over om concerten te geven en aandacht te vragen voor de strijd van de Grieken. Veel van zijn nieuwe composities werden gespeeld en opgenomen in deze periode en Mikis werd van de wereld terwijl in Griekenland andere componisten met subtiele en soms minder subtiele middelen verzet poogden te bieden. Toen in 1974 de Junta viel vanwege de crisis met Cyprus keerde Theodorakis terug naar Griekenland waar hij als een held werd ontvangen en overal zijn strijdliederen klonken. Daarna bedaarde de geestdrift weer en begon een periode van politieke teleurstellingen en het gevoel niet meer in Griekenland thuis te horen. Hij koos een aantal keer voor vrijwillige ballingschap maar kwam toch altijd weer terug in Griekenland. Vanaf zijn zeventigste verjaardag werd elke mijlpaal groots gevierd met tribute-concerten waarbij oude en nieuwe zangers de bekendste liederen van Theodorakis kwamen zingen. Zijn muzikale taal werd lyrischer in zijn liederen en hij begon zich ook weer toe te leggen op het componeren van Klassieke Muziek waaronder 5 opera’s, symfonieën en balletten waarvan het Zorba Ballet het bekendst is maar in mijn ogen ook het oninteressantst aangezien de “Symfonisering” van de liederen de kracht van de eenvoud wegneemt.

 


Hij bemoeit zich tot het laatst met van alles in de Griekse maatschappij en krijgt van de kant van uiterst rechts nog doodsbedreigingen. Zijn laatste compositie is een cyclus Odysseia uit 2007 die door Maria Farantouri wordt gezongen. 

 


Op 2 september 2021 sterft hij in Athene waarna hij in Galatas op Kreta bij zijn ouders en zijn broer wordt begraven. Zijn laatste boodschap is dat hij sterft als communist.

 


Nawoord

 


De discografie van Theodorakis van na 1974 is een zeer uitgebreide. Ik heb mij hier echter beperkt tot de jaren waarin hij zijn grootste successen beleefde en zijn grootste strijd leverde. Wellicht is er later een mogelijkheid om dieper in te gaan op de periode 1970-2021 maar voor nu denk ik dat de lezer genoeg prachtige muziek kan gaan ontdekken in authentieke uitvoeringen. Ik wens u dan ook veel luisterplezier.

 


Bronnen

 


Gail Holst: Theodorakis Myths and Politics in modern Greek Music  

                    Adolf M. Hakkert -Publisher- Amsterdam 1980

 


Mikis Theodorakis: Verzetsdagboek 

                                  1974 Uitgeverij de Bezige Bij Amsterdam

 


Guy Wagner: Mikis Theodorakis Eine Biographie

                       Editions Phi 602 1983

Talloze krantenartikelen, webpagina’s, televisieprogramma’s etc.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

How to Cite:

Hendriks, P., (2026) “Mikis Theodorakis: Meer dan de Sirtaki door Pieter Hendriks”, Tetradio 34(1), 33-54. doi: https://doi.org/10.21825/tetradio.99803

Downloads:
Download PDF
View PDF

Published on
2026-05-08

Peer Reviewed